Van Kaars tot Led
Lang voordat auto’s over asfalt zoefden, ratelden er rijtuigen door donkere straten. Voorop zat een koetsier met naast zich een klein lantaarntje waarin een kaars brandde. Het licht was zwak en flakkerde bij elke hobbel. In mist of regen was het nauwelijks genoeg om de weg te zien—maar het was beter dan helemaal niets.
Toen kwam er verbetering: olielampen. Die gaven een iets sterker en stabieler licht dan een kaars. Koetsen kregen fraai vormgegeven lantaarns met glas en metalen randen. Ze waren niet alleen praktisch, maar ook een teken van status. Toch bleef het behelpen; het licht reikte niet ver en moest steeds worden bijgevuld.
Met de opkomst van de eerste automobielen veranderde alles. De lampen gingen over op gaslicht, en kort daarna op elektrisch licht. De eerste elektrische autolampen gebruikten eenvoudige gloeilampen. Voor het eerst kon een bestuurder echt vooruit kijken in het donker, zonder open vlam. Dat gaf een gevoel van vrijheid—en snelheid.

En nu zijn we in het tijdperk van de LED-autolamp. Klein, energiezuinig en ongelooflijk krachtig. Moderne auto’s hebben slimme verlichting die meedraait met de bocht, automatisch dimt voor tegenliggers en zich aanpast aan het weer. Wat ooit begon als een flakkerende kaars in een koetslantaarn, is uitgegroeid tot hightech licht dat de weg vooruit bijna volledig verlicht.
Zo draagt elke straal licht een stukje geschiedenis met zich mee—van vuur tot elektronica, van voorzichtig tasten in het donker tot zelfverzekerd rijden door de nacht.
Wil je hier meer over weten, kom dan naar het museum Oold Ark in Makkinga, we hebben meer dan 5500 voorwerpen tentoon gesteld.
De Wasknijper
De Wasknijper – Een Klein Houtje met een Groot Verhaal
Wie vandaag de was ophangt, doet dat meestal met felgekleurde plastic knijpers uit de supermarkt. Handig, goedkoop – en eigenlijk volkomen onzichtbaar. Maar rond 1920 zag de waslijn er heel anders uit. Daar hingen lakens en hemden te drogen met eenvoudige houten pionknijpers: twee pootjes, een ronde kop, geen veer te bekennen. Een ontwerp zo simpel dat het bijna ontroerend wordt, juist omdat het zo precies doet wat het moet doen.
Die houten knijpers, vaak met de hand gesneden, waren trouwe metgezellen in het huishouden. Ze rammelden in blikken trommels, verdwenen in schorten en jaszakken, en bleven soms jarenlang in weer en wind aan dezelfde lijn hangen – grijs verweerd, maar nog altijd betrouwbaar. In veel dorpen werd de wasknijper zelfs een klein statussymbool: wie nog mooie, bijna nieuwe had, liet dat graag zien. Het hoorde bij de zorg voor het huishouden, net zoals glimmend koper en een kraakheldere stoep.
Wassen was destijds een hele onderneming. Geen wasmachine die zachtjes zoemde in de bijkeuken, geen droger die op regenachtige dagen uitkomst bood. De maandag – traditioneel wasdag – begon vroeg met soppen, schrobben, spoelen, wringen. En ergens tussen al dat werk lag een klein moment van rust: het ritueel van het ophangen. Het doek voorzichtig over de lijn slaan, de knijper met een korte duimbeweging vastzetten. Het klikte niet zoals moderne knijpers doen, maar het zat. En dat gaf een merkwaardig gevoel van zekerheid.
Wat zo mooi is aan die oude wasknijper, is dat hij meer was dan slechts een gebruiksvoorwerp. Het was een stukje ambacht, iets dat met aandacht gemaakt werd en een leven lang meeging. Soms werd hij zelfs doorgegeven – van moeder op dochter, van huishouden op huishouden. Je ziet regelmatig knijpers waarvan je bijna kunt vermoeden wie ze vasthield, wat ze allemaal hebben gezien, en hoe vaak ze in de zon hebben gestaan.
Tegenwoordig kun je ze nog steeds bewonderen bij ons in het museum. Daar liggen ze in het achterhuis bij de teilen en de wringer. Licht, eenvoudig, met een patina dat alleen ontstaat door tientallen jaren gebruik. Het zijn geen grote, indrukwekkende objecten, maar juist daardoor vertellen ze een bijzonder verhaal. Een verhaal van eenvoud, van hergebruik, van een tijd waarin zelfs een wasknijper karakter had.
Dus als je er ooit eentje tegenkomt – kijk er dan even naar. Niet omdat het moet, maar omdat zo’n klein stukje hout je onverwacht dicht bij het verleden brengt.
Ambachtentocht voor kinderen
De Ambachtentocht voor kinderen in Museum Oold Ark te Makkinga. Het is een interactief programma waarbij kinderen op een spelende manier kennis kunnen maken met oude ambachten, zoals de schoenmaker, timmerman en een historisch schooltje.
Levend museum op 13 juni
Zaterdag 13 juni 2026
Activiteiten dag bij museum Oold Ark en korenmolen de Weyert
Tijd: van 9.30 uur tot 16.00 uur
De Weyert heeft er een molenaar bij
Op zaterdag 26 april heeft Teije de Boer zijn molenaarsdiploma behaald.
Nationale molendagen 2026
De Nationale Molendagen 2026 vinden plaats in het weekend van zaterdag 9 en zondag 10 mei 2026.
Lintje
Vrijdag 24 april 2026 ontvingen, in het dorpshuis van Makkinga, Marlies en Pieter Bouma een lintje. Zij werden benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Nieuwe wisselexpositie
Voorjaar 2026 hebben wij een nieuwe wissel expositie gemaakt. Hierin staan drie medische beroepen centraal:
Opening seizoen 2026
Opening seizoen 2026 museum ‘Oold Ark’ en korenmolen ‘De Weyert’ in Makkinga.
Zaterdag 28 maart gaat het seizoen 2026, gelijk met de eerste vlomarkt, weer beginnen.
Een mooi artikel in de Nieuwe Ooststellingwerver
Het was een geweldige dag
De jubileumdag op 24 mei ligt weer achter ons. Het was een prachtige dag en Tiny heeft er een mooi verslag over gemaakt.