Inrichting van de molen

Op de begane grond 

In de winkel worden bakmixen verkocht, zoals mixen voor pannenkoeken, scones, Ooststellingwerfse appelcake, kruidkoek en gemberboterkoek. Deze mixen worden door de vrijwilligers van de winkel zelf klaargemaakt en verpakt. Naast de voorverpakte bakmixen kan de klant iedere gewenste hoeveelheid meel af laten wegen. Er zijn ook pittenzakken te koop. Deze zakken worden door de vrijwilligers zelf gemaakt van een leuk molenstofje en gevuld met graankorrels. De pittenzak helpt tegen buikpijn, nekpijn en spierpijn. Tussen beide kasten hangt een foto van Wijert Zeephat, de laatste werkende beroepsmolenaar op De Weyert. Bezoekers van de maandelijkse Vlomarkt steken graag aan voor kop koffie op de molen.

Het leslokaal
In het gezellige leslokaal krijgen de leerling-molenaars om de week les. Er staat ook een keukentje in waar koffie gezet kan worden en in de kasten staat het archief. Op de tafel ligt het molenjournaal. Dat is een belangrijk document. Hierin schrijven de molenaars en vrijwilligers de wetenswaardigheden van die dag als een overdracht naar vrijwilligers van de volgende dienst. Elke molenaar leest aan het begin van zijn dienst het journaal en weet wat hij moet doen.

 

Werkplaats
Op de begane grond is ook de werkplaats van de molenaars. Hier is gereedschap en materiaal opgeslagen dat nodig is voor het onderhoud van de molen.

Aanvullen meel
De molenaars zorgen er ook voor dat de voorraad meel in de winkel wordt aangevuld. Ze vermelden het weeknummer waarin het meel is gemalen op de zakken. Zo kan de houdbaarheid worden berekend die op de verpakking voor de klant moet staan.

Koffie is klaar
Van maart tot en met oktober is op elke laatste zaterdag van de maand de Vlomarkt in Makkinga. Die dag komen bezoekers van de markt graag een kopje koffie op de molen halen. De Weyertbolletjes, roggebrood en roggeknar gaan in de molenwinkel dan als warme broodjes over de toonbank.

 

De meelzolder
MeelzolderDe meelzolder is op de eerste etage van de molen. Hier vangt de molenaar de gemalen tarwe en rogge op en beoordeelt hij het gemalen product. Hier kan de molenaar ook de maalstenen bijstellen zodat het meel grover of fijner gemalen wordt. Op De Weyert malen altijd twee vrijwilligers: twee molenaars of een molenaar en assistent molenaar. De molenaar heeft nauw contact met de tweede vrijwilliger die op de etage erboven werkt: de maalzolder. Op de meelzolder worden nog ander producten gemaakt: het volkoren product wordt in de buil tot bloem gezeefd. Een restproduct hiervan is zemelen. En in de pletter wordt graan geplet voor de bakkers. Met de zakkennaaimachine worden de meelzakken dichtgenaaid en met de zakkenklopper worden jutte zakken schoon geklopt voor hergebruik. De meelzolder is ook de voorraadzolder voor graan en gemalen meel. 

 

 

 

De meelpijp

 Hans Suyling, molenaar: "Ons klanten willen goed meel om mee te bakken en dat komt heel precies. Je weet als molenaar niet alleen alles van de techniek van de molen maar je moet ook gevoel hebben voor malen. Je staat bij de meelpijp op de meelzolder. Via deze pijp wordt het meel vanuit de maalstenen opgevangen in zakken. Je kijkt goed naar het meel, bevoelt het met je hand en vingertoppen en knijpt erin. Meel moet namelijk een beetje plakken en mag niet uit elkaar vallen als je erin knijpt. Als het niet plakt, moet het fijner gemalen worden. Maar het mag ook weer niet te fijn, want dan maal je het meel ‘dood’ en dat wil niet bakken. 

Graantoevoer
Het is een kwestie van goed luisteren naar de geluiden van de molen: hoe is de windkracht en hoe snel draait de molen? Is de stand van de stenen juist en gaat de toevoer van het graan in de stenen niet te snel? Het graan stroomt op de maalzolder vanuit de kaar (toevoerbak) en de schuddebak via het kropgat op de molensteen. Je kunt het maalproces bij de meelpijp beïnvloeden door bijvoorbeeld de afstand tussen de stenen te veranderen of graantoevoer tussen de maalstenen te verminderen. Je bent constant aan het bijstellen door te trekken aan de touwen, soms is het millimeterwerk. Maar dat maakt het vak juist zo boeiend."

Het graan
Op de meelzolder ligt ook de graanvoorraad. Wil Heick, leermeester en molenaar : "We kijken kritisch naar de kwaliteit als we een nieuwe voorraad graan inslaan. Zon en vochtigheid hebben namelijk grote invloed op de kwaliteit van graan. Het weer is echter nergens een constante factor. Graanleveranciers stellen daarom een ‘graanboeket’ samen uit landen over de hele wereld waar door het klimaat en de weersomstandigheden de beste oogst is. Dat is elke keer weer een ander boeket."

Het meel
Om een zo goed mogelijk product aan de bakker en klant te leveren hebben enkele molenaars een maalcursus gevolgd om het malen en alles wat daarmee samenhangt beter onder de knie te krijgen. Deze cursus gaat van broodbakken tot het billen van de stenen en is een mooie aanvulling op de molenaarsopleiding. Molenaar Jan Sinnema: "We kunnen nu de kwaliteit van het meel verbeteren zodat thuisbakkers en warme bakkers mooiere eindproducten kunnen maken. We houden nauw contact met de bakkers en klanten en weten daardoor precies wat ze willen. Het meel dat we malen is nooit constant omdat de omstandigheden altijd weer anders zijn. Toch kiezen ze bewust voor ons meel."

De maalzolder

Op de tweede etage van De Weyert staat de stoel met maalstenen. Dit heet dan ook de maalzolder. Vanuit de maalzolder kom je op de stelling. Het is in een korenmolen eigenlijk gebruikelijk dat de maalzolder één etage hoger is dan de stelling. De molenaar is tijdens het malen namelijk meestal op de meelzolder. Hij kan dan onder het malen makkelijk de stelling op om het weer in de gaten te houden en snel de vang (rem) te bedienen bij onraad. De romp van De Weyert is echter vroeger van een houtzaagmolen geweest. Deze werden slanker gebouwd, want het zaagwerk gebeurde onderin de molen. Daardoor is in De Weyert niet de meelzolder op stellinghoogte, maar de maalzolder. Daarom werken er op De Weyert altijd twee molenaars tijdens het malen. Eén op de meelzolder en één op de maalzolder.

De zingende stenen
Gert Jan Veenstra, molenaar: "De zak graan wordt in de kaar (toevoerbak) geleegd. Van hieruit stroomt het via de schuddebak en het kropgat tussen de maalstenen. Met het toevoerluikje van de kaar en schuddebak kan de snelheid van het uitstromen geregeld worden.Als je optimaal aan het malen bent, dan zingen de stenen. Aan dat geluid hoor je dat het meel een goed maalkwaliteit heeft. Het betekent ook dat alle omstandigheden goed zijn: de wind is gunstig, de scheefte van de schuddebak is juist, de toevoer van graan in het kropgat van de bovenste maalsteen verloopt mooi en de maalstenen staan goed afgesteld."

 

 

 

 

 

De maalstenen

"In de maalstenen zijn gebogen groeven gebild met scherpe snijkanten", vertelt Gert Jan verder.  "De groeven op de beide stenen draaien precies tegen elkaar in, waardoor ze het graan breken. Doordat de groeven tegen elkaar indraaien wordt het graan van binnen naar buiten gevoerd. In het midden liggen de stenen minder dicht op elkaar dan aan de buitenkant, daardoor malen ze het meel van grof in het midden naar fijn aan de buitenkant. Het meel valt vervolgens in een gootje rondom de steen. Daar wordt het door leertjes, die met de bovenste steen meedraaien, in de meelpijp geveegd. Via de meelpijp komt het een etage lager op de meelzolder terecht waar het wordt opgezakt."

 

 

 

De stelling
In een dorp of stad werden de molens hoger gebouwd dan de poldermolens in het buitengebied. Dit deden ze omdat in de bebouwde kom de wind belemmerd kon worden door de omliggende gebouwen. Om de kap op de wind te kunnen zetten en de roeden van zeil te voorzien is er een verhoging aangebracht. Bij een beltmolen is dit een aarden wal, bij onze molen een houten stelling van het noordelijke type. Bij andere molens in het land zijn alle liggers voorzien van een schoor. In het noorden geldt dat alleen voor de hoekliggers. Deze schoor heeft twee kortere zijschoren. Dit geheel heet een kraaienpoot.

Het weer

Eelke Rijpkema, molenaar: "De stelling is de plek waar de molenaar het weer in de gaten houdt. Hier kijkt en voelt hij waar de wind vandaan komt zodat hij de wieken zo goed mogelijk op de wind kan zetten. Ook tuurt hij naar de wolken om het weer in de gaten te houden. Aan de hand van wolken, de vorm en hoogte, kan hij het weer voorspellen. Vroeger gebeurde het nog wel eens dat door een snelle weersverandering een molen op hol sloeg en niet meer was te stoppen. Sommige molens zijn daardoor zelfs in brand gevlogen."

 

 

 

 

 

De wieken 

 "De Weyert was ooit een zeer moderne molen. Hij heeft geen zeilen op de wieken maar een klepsysteem, ook wel zelfzwichting genoemd (zwichten is zeil minderen). Zelfzwichting werd begin 1900 ontwikkeld om beter te kunnen concurreren met de oprukkende dieselmotor. Het zelfzwichtsysteem zorgt ervoor dat de molen regelmatiger draait. Bij wisseling van de windsnelheid gaan de kleppen namelijk vanzelf open of dicht. Ook kan de molenaar sneller werken. Met één ruk aan de ketting zijn alle vier wieken in één keer dicht, terwijl op een molen met zeil wiek voor wiek het zeil voorgelegd moet worden."

 

 

 

 

 

 

  De kap

De standaard molen werd hoofdzakelijk als korenmolen gebruikt en in veel mindere mate als olie- en volmolen. De paltrokmolen was een houtzaagmolen waarbij de gehele molen op de wind gekruid moest worden. De vondst dat in plaats van de gehele molen alleen de kap draaide, heeft ertoe bijgedragen dat de molens grotere onderhuizen kregen. Hierdoor ontstond er meer werkruimte en opslagruimte. Als je op de stelling van De Weyert staat en omhoog kijkt, zie je dat de planken op de roosterhouten blauw geschilderd zijn. Dit houtwerk noemen we het hemeltje. In de kap vinden we tussen de kapspanten de hanenbalk. Deze balk is het visite kaartje van de molenbouwer. Hij is mooi versierd en voorzien van inscripties, initialen van de molenbouwer en jaartallen van bouw en restauratie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het hart van de molen

Kijkje in de kapJan Sinnema, molenaar: "De kap kun je wel het centrum van de molen noemen. Hier wordt de draaibeweging die gemaakt wordt door de wieken in de wind, verder de molen in gebracht. Met deze draaibeweging wordt een werktuig aangedreven, in ons geval is dat een koppel maalstenen. De koningspil is het hart van de molen. Deze spil maakt het mogelijk om de hele kap van de molen te draaien, zodat de wieken op de wind komen te staan. De dikke (vierkante) as loopt voor een groot deel van boven naar beneden door de molen. Bovenop deze koninklijke spil zit een kroon, de zogenaamde bonkelaar. Hiermee wordt de horizontale draaiing van de wiekenas overgebracht naar de verticale draaiing van de koningsspil. Alle krachten passeren hier de mooie houten kammen om zo de energie naar het te malen graan te brengen."